Magneto-inductieve apparatuur wordt gemaakt voor de inspectie van het binnenste en buitenste deel van ferromagnetische kabels. De meetkop en het acquisitiesysteem vormen bij elkaar de MRT-apparatuur.  

In dit artikel leert u meer over de basisstructuur van deze inspectietool 

 

1.   Meetkop


 

De meetkop of detector bevat magneten en sensoren. Magneten wekken een magnetisch veld op binnen de kabel. De kabel wordt volledig doordrongen van dit magnetische veld. Een legering van neodymium, ijzer en boor (NdFeB) is een combinatie van grondstoffen die een veel hogere magnetische veldsterkte creëert dan andere magneten. Dit kenmerk zorgt ervoor dat de gegenereerde magnetische flux dieper doordringt tot in de kern van de kabel. Als er geen interne kabeldefecten zijn, stroomt de magnetische flux ononderbroken door de kabel. (Zie afbeelding, rechts) 

Image
Image

Wanneer er beschadigde draden of defecten zijn, wordt een modificatie zichtbaar van de magnetische fluxlijnen (zie afbeelding links). Deze wijziging, zowel qua sterkte als qua richting, wordt gedetecteerd door sensoren. Deze sensoren zetten het natuurkundige verschijnsel om in een afleesbaar signaal. Hoe dichter de sensoren bij de kabel zijn geplaatst, des te beter/gevoeliger is het gemeten resultaat.

De vorm van het apparaat varieert, afhankelijk van de inspectieomgeving. De standaardconfiguratie voor mobiele toepassingen is een gesloten architectuur (zie afbeelding hieronder), terwijl in de kabelbaansector de voorkeur wordt gegeven aan een open architectuur voor het ophijsen van kabels (zie afbeelding hieronder), omdat het apparaat zich moet voortbewegen over kabelbaanophangingsstroppen. 

Image
Image

Met beide configuraties kan de technicus een specifiek diameterbereik inspecteren. Om kabels met een kleiner diameterbereik te inspecteren, wordt het gebruik van een reductie-bus-set aanbevolen. 

 

2.   Het acquisitiesysteem


Dit deel van de apparatuur bestaat uit een dataprocessor met software voor de interpretatie. Het acquisitiesysteem zet de inputs van de sensor om in een signaal op een grafiek. Op basis hiervan kan de gebruiker inspectiedata verzamelen, opslaan en er een interpretatieproces op uitvoeren. Bemonsteringsfrequentie per kanaal en bitresolutie zijn belangrijke kenmerken in het ontwerp van de dataprocessor. Hoe hoger de databemonsteringsfrequentie ('sample rate') per kanaal is, des te beter de opbouw van het digitale signaal. De software (Afbeelding 5.) is de menselijke interface van het systeem en deze moet worden geleverd in combinatie met een intensieve training, zodat misinterpretatie en verkeerd filteren door de technicus wordt voorkomen. Data-acquisitie in realtime is een verplichte functie waarmee u tijdens de inspectie voldoet aan de ISO4309-voorschriften. 

Image

Het acquisitiesysteem is gewoonlijk samengesteld uit een dataprocessor en een draagbare computer, waarop de software is geïnstalleerd. Afhankelijk van de inspectieomgeving raden we twee verschillende configuraties aan:

Image

IAS-H

Een robuuste behuizing met een PC die uitermate geschikt is voor complexe inspectieomgevingen zoals offshore, havens of bouwplaatsen.

Image

IAS-T

Een robuuste tablet met geïntegreerde dataprocessor, sterk aanbevolen voor inspecties op een locatie met beperkte bewegingsruimte, zoals een kraancabine.