Om de kabelkern liggen de strengen. Een streng bestaat uit een x-aantal staaldraden, die schroefvormig om de strengkern zijn geslagen. Het aantal strengen verschilt per staalkabel, maar veruit de meeste staalkabels bestaan uit zes strengen. 

 

Slagwijze

De strengen zijn in een bepaalde richting om de kabelkern geslagen. Dit noemen we de slagrichting. De slagrichting is gelijk óf tegengesteld aan de slagrichting van de draden om de strengkern. Er bestaan 2 slagwijzen, nl. langslag & kruislag.

Langslag 


Bij de langslag is de slagrichting van de strengen en de draden in de strengen gelijk. De strengen zijn van linksonder naar rechtsboven om de strengkern geslagen. Of andersom. De draden net zo. 
 

Kenmerken:
  • Heeft de neiging tot uitdraaien. 
  • Alleen geschikt voor situaties waarbij de uiteinden een vast, niet-draaibaar bevestigingspunt hebben én de last niet kan draaien. Bijvoorbeeld contragewichten bij sluizen. 
  • Bij een langslagkabel ligt de buitendraad over een langere lengte aan de oppervlakte, waardoor de oppervlaktedruk lager wordt. Onder de juiste omstandigheden is dit levensduurverlengend.
     

Kruisslag


Bij de kruisslag is de slagrichting van de strengen tegengesteld aan de slagrichting van de draden in de strengen. De strengen zijn van rechtsonder naar linksboven om de kabelkern geslagen. De draden van linksonder naar rechtsboven. Andersom is ook mogelijk. 

Kenmerken:
  • Draait minder uit dan een langslagkabel. 
  • Beter bestand tegen vervorming dan een langslagkabel.
  • Een kruisslagkabel is beter bestand tegen invloeden van buitenaf, zoals vernieling of schade.
     

Meer weten