Vrijwel alle staalkabels zijn voorzien van een eindverbinding . Welke type eindverbindingen bestaan er zoal? En waar moet je op letten tijdens je zoektocht naar de juiste eindverbinding? 

Een eindverbinding wordt vaak gecombineerd met een haak, spanschroef of sluiting. Welke eindverbinding geschikt is voor de staalkabel, hangt af van de toepassing. Allereerst maken we onderscheid tussen permanente eindverbindingen en niet-permanente eindverbindingen

 

Permanente eindverbindingen


Een permanente eindverbinding is onlosmakelijk verbonden met de kabel. 

 

Uitvoeringen

Voorbeelden van permanente eindverbindingen zijn: 

  • Sockets (aangegoten of aangeperst) 
    Een goed aangegoten socket is de sterkste eindverbinding en geeft een rendement van 100%. Een aangegoten socket wordt daarom veel toegepast in situaties waarin je de maximale breekkracht van de staalkabel wilt realiseren. Deze toepassing wordt bijvoorbeeld veelvuldig gebruikt voor breekproeven. Verder zien we de toepassing van sockets vaak terug bij bruggen en sluizen.

    Een aangeperste socket (ook wel terminal genoemd) is geschikt voor staalkabels met een diameter tot 65 mm. In vergelijking met aangegoten sockets geven aangeperste sockets een belangrijke gewichtsbesparing. Met name bij tuikabels is dit belangrijk, denk aan mobiele hijskranen en draglines. 
     
  • Kabelklemmen 
    De Talurit kabelklem wordt vaak gebruikt om een lusverbinding te maken (met of zonder kous). Bij correct aanbrengen blijft 90% van de minimum breekkracht behouden. 
     
  • Kabelkousen 
    Een kabelkous vind je aan de binnenzijde van de lus of het oog van een staalkabel-uiteinde. De (verstevigde) kous zorgt ervoor dat er onder belasting geen kink in de staalkabel komt. Ook voorkomt de kous slijtage en houdt deze het oog van de kabel open (zorg daarbij wel voor de juiste pendiameter in de kous).

 

Niet-permanente eindverbindingen


Niet-permanente eindverbindingen zijn verbindingen die je kunt losmaken zonder de staalkabel te beschadigen. Hierdoor zijn ze geschikt voor situaties waarbij je de juiste kabellengte niet kunt bepalen. Dit is bijvoorbeeld het geval bij overspanningen. 

Ook als de staalkabel regelmatig moet worden losgemaakt, hebben niet-permanente eindverbindingen vaak de voorkeur. Dit is bijvoorbeeld het geval bij mobiele kranen. 

 

Uitvoeringen 

Een greep uit de vele niet-permanente eindverbindingen:

  • Draadhuis of wigsockets 
    Een draadhuis of wigsocket is een eindbevestiging die geschikt is voor situaties waarbij de bevestiging regelmatig losgemaakt moet worden. Dit is bijvoorbeeld het geval bij blokken van mobiele hijskranen. Of als je de kabel tussentijds op lengte moet aanpassen. 

    Tegenwoordig worden voor mobiele kranen eindproppen op de kabel aangeperst of gegoten, die vervolgens in een draadhuis of wigsocket worden bevestigd.
     
  • Draadklem of U-bout
    Een draadklem wordt gebruikt om beide kabeleinden van een lus te voorzien door ze tegen elkaar te klemmen. Deze eindverbinding wordt veel toegepast voor het verplaatsen van last in horizontale richting. Een draadklem of U-bout is niet geschikt voor hijsdoeleinden.
     
  • Eureka-klem 
    Eureka-klemmen zijn alleen geschikt voor standaard 6- of 8-strengs staalkabels. Ze zijn niet geschikt voor gecompacteerde en gehamerde staalkabels. Het voordeel van een Eureka-klem is dat de klem snel en eenvoudig aan te brengen is.

 

Verliesfactor: invloed op werklast 


In de meeste gevallen heeft de eindverbinding invloed op de maximale breeklast van de staalkabel. Elke eindverbinding heeft een zogenoemde verliesfactor. Bij een rendement van 90%, betekent dit dat de maximale werklast door de eindverbinding met 10% moet worden verminderd. 

Laat je adviseren

In dit artikel noemen we slechts een greep uit de vele eindverbindingen die mogelijk zijn. Een eindverbinding is vaak maatwerk. Neem contact met ons op voor vrijblijvend advies. Onze experts beschikken over jarenlange ervaring en we bieden ruime mogelijkheden aan speciale eindverbindingen.

Meer weten