Algemeen

Soorten
Onderscheiden worden diverse soorten stalen schalmkettingen waarbij 'd' de nominale materiaaldikte van de schalm aangeeft.

Kortschalmige ketting:
Uitwendige schalmlengte = 4,75-5 x d
Uitwendige schalmbreedte = 3,25-3,5 x d
Inwendige schalmlengte = 2,75-3 x d
Inwendige schalmbreedte = 1,25-1,5 x d

Half-langschalmige ketting:
Inwendige schalmlengte = 4 x d
Inwendige schalbreedte = 1,5 x d
Voordelen t.o.v. kortschalmige ketting:
- Beter toegankelijk door grotere inwendige lengte voor bijvoorbeeld sluiting.
- Lager gewicht per meter.
- Niet voor hijsdoeleinden.

Langschalmige ketting:
Uitwendige schalmlengte = 6-8 x d
Uitwendige schalmbreedte = 3,5-5 x d
Inwendige schalmlengte = 4-6 x d
Inwendige schalmbreedte = 1,5-3 x d
Deze ketting vindt vooral toepassing als afbakeningsketting en als verstelketting. Niet geschikt voor hijsdoeleinden.

Ankerdamketting:
Schepen worden gebouwd in overeenstemming met de eisen van één der verschillende classificatiebureaus. Bij de ankerkettingen kan men kiezen uit 2 materiaalsoorten namelijk grade 2 en 3 (of U 2 en 3). Tegenwoordig wordt U3 gebruikt voor schepen boven 10.000 t dwt. omdat deze kwaliteit een lager gewicht koppelt aan een grotere sterkte en lagere prijs. Bovendien heeft men kleinere ankerlieren nodig.

Takelketting:
Gekalibreerde kortschalmige ketting, maar in vergelijking met de kortschalmige ketting, afwijkende afmetingen, mechanische eigenschappen en veiligheidsfactor, annex WLL.


Ketting en schalmaanduiding


kettingwerk/schalmafmetingenketting.jpg

De afmetingen van een ketting moeten worden aangeduid zoals in de figuur is aangegeven.

1 = uitwendige lengte van een schalm
b = uitwendige breedte van een schalm
b1 = inwendige breedte van een schalm
dn = nominale middellijn van het materiaal van een schalm
p = steek = inwendige lengte van de schalm
L = lengte van een ketting = de steek, vermenigvuldigd met het aantal schalmen.

Ketting:
Een samenstel van uit rondstaal vervaardigde, gesloten, gelijke en gelijkvormige schalmen.

Kettingwerk:
Afzonderlijke of een samenstel van kettingen, schalmen, sluitingen, lasthaken, ringen, wartels, oogbouten e.d.

Nominale schalmdikte (dn):
De nominale middellijn van het rondstaal waarvan de schalm wordt vervaardigd.

Schalmdikte (d):
De gemeten middellijn van het rondstaal waarvan de schalm is vervaardigd.

Werklast (WLL = Working Load Limit):
De maximaal toelaatbare nuttige last die met het hijsgereedschap (in dit geval: ketting en vestingwerk) mag worden gehesen. Wordt aangegeven in t.

Opmerkingen:
De WLL moet worden gereduceerd in bepaalde omstandigheden: extreme bedrijfstemperaturen, wijze van werken, eventuele groepsindeling van het werktuig waarin het wordt gebruikt.

Proeflast (PF = Proof force):
De kracht die het kettingwerk als gereed product bij de beproeving moet kunnen weerstaan zonder dat er blijvende vervorming optreedt. De proeflast wordt uitgedrukt in kN.

Theoretische breekkracht (BFth):
De kracht die het kettingwerk als gereed product tenminste moet kunnen weerstaan.

Breekkracht (BF = Breaking Force):
De grootste kracht die bij een trekproef tot breuk wordt bereikt. Treedt bij de proef een zodanige vervorming op dat belasten tot breuk niet mogelijk is, dan wordt de hoost bereikte kracht als breekkracht beschouwd. De breekkracht wordt uitgedrukt in kN.

Specifieke rek (A):
Het verschil tussen de meetlengte van de niet-gebroken schalmen na beproeving tot breuk en de oorspronkelijke meetlengte van dat zelfde aantal schalmen, gedeeld door de oorspronkelijke meetlengte, uitgedrukt in procenten.

Theoretische breukspanning (brkr.th):
De theoretische breekkracht van een kettingschalm gedeeld door de oppervlakte van de doorsnede van de schalm, berekend met de nominale schalmdikte.

Breukspanning ( br):
De breekkracht van een kettingschalm gedeeld door de oppervlakte van de gemeten s materiaaldoorsnede van de twee recht delen buiten de las (zie figuur,l doorsnede A-A).

kettingwerk/schalmdoorsnedeketting.jpg

Kwaliteitsklassen

kettingwerk/kwaliteitsklassenketting.jpg
1) Het materiaal van de kwaliteitsklasse L (3) kan onderhevig zijn aan koudbrosheid
bij temperaturen lager dan 0 ºC.
2) De klasse is internationaal niet genormaliseerd.

Opmerking:
Indien kettingwerk tijdens beproeving zo sterk vervormt dat belasting tot breuk niet mogelijk is, wordt de hoogst bereikte belasting als breekkracht beschouwd. Haken en ook ander soortgelijk kettingwerk zijn in de regel niet tot breuk te belasten, omdat zij, voordat breuk ontstaat, zover vervormen, dat een verdere beproeving niet kan plaatsvinden. Daarom wordt in die gevallen de hoost bereikte belasting als de breekkracht beschouwd.

Beproeving:
Kettingwerk moet na vervaardiging, na herstel en periodiek aan een proeflast worden onderworpen. Het mag hierbij geen blijvende vormverandering ondergaan. Het beproeven van kettingwerk mag slechts plaatsvinden in een daartoe erkende onderneming, onder verantwoordelijkheid van een deskundig persoon en met een trektoestel waarvoor een geldig certificaat aanwezig is.


Werklast (WLL)

Voor kettingen:
De kracht ten gevolge van de WLL mag voor kettingen van de kwaliteitsklasse L ten hoogste 1/5 zijn van de gegarandeerde minimale waarde van de breekkracht. De kracht ten gevolge van de WLL mag voor kettingen van de overige (hogere) kwaliteitsklassen ten hoogste ¼ zijn van de gegarandeerde minimale waarde van de breekkracht. Voor takelketting, vervaardigd van welke kwaliteitsklassen dan ook, geldt altijd de gebruiksfactor 5.

Voor kettingwerk:
De kracht ten gevolge van de WLL voor kettingwerk (uitgezonderd kettingen) is eveneens gerelateerd aan de gegarandeerde breekkracht. Indien kettingwerk wordt blootgesteld aan extreme temperaturen dient de WLL te worden bepaald in overleg met de bevoegde autoriteit.
Deze extreme temperaturen zijn:
- Voor klasse L beneden 0 ºC en boven 100 ºC.
- Voor klasse M, P, S, T en V: boven 200 ºC.

Proeflast (PF)

Kettingen
De proeflast moet gelijk zijn aan de kracht gelijk aan 2 maal de WLL. Na de proeflast mag de ketting geen blijvende vormverandering vertonen.

Verhouding WLL-proeflast-breekkracht van kettingwerk (uitgezonderd kettingen):

kettingwerk/werkklastproeflastketting.jpg


De breekkracht voor kettingwerk van de klassen M, P, S, T en V moet minstens 2 maal de proeflast bedragen. Voor kettingwerk van de klasse L moet de breekkracht minstens 2,5 maal de proeflast bedragen.

Materiaal:
Kettingwerk moet zijn vervaardigd van SM-, elektro-, oxystaal of een daaraan gelijkwaardig staal. Afhankelijk van de fabricagemethode van het kettingwerk moet het staal goed lasbaar en/of smeedbaar zijn. Het staal moet volledig gekalmeerd zijn.

Merken van kettingen en kettingwerk:

Op kettingen moet tenminste zijn aangebracht:
Het fabrieksmerk, de kwaliteitsklassenaanduiding. Op kettingwerk moeten de volgende merken zijn aangebracht:
- De WLL in t
- Het fabrieksmerk
- Het registratienummer
- Datum (maand + jaar) van de laatste beproeving
- De kwaliteitsklassenaanduiding
- Het kenmerk van de beproevingsinrichting.

kettingwerk/labelkettingwerk.jpg

De merken moeten op een zodanige wijze zijn aangebracht dat ze duidelijk leesbaar zijn en in het gebruik leesbaar blijven. NEN-EN 818-4 schrijft een aanhanger voor waarop de gegeven zijn aangebracht.

De aanhanger die voldoet aan de eisen van NEN-EN 818-4 voor ketting in de sterkteklasse T
(Grade 80 – Grad 80, Güteklasse 8) is achtkantig.

Het was gebruikelijk het registratienummer en de WLL in de topschalm in te slaan. De NEN-EN norm geeft nu de mogelijkheid om deze gegevens in de topschalm of in de aanhanger in te slaan.

Controle op kettingwerk:
Kettingwerk mag niet voor hijsdoeleinden worden gebruikt indien:
- Het niet voldoet aan de gestelde eisen.
- Zich een blijvende vervorming of slijtage van minimaal 10% op enige nominale
afmeting voordoet.
- Reparabele gebreken, vervormingen, beschadigingen worden geconstateerd.
In al deze gevallen dient het kettingwerk onmiddellijk uit bedrijf te worden genomen.

Periodieke controle:
Kettingwerk dat in gebruik is, moet binnen vastgestelde termijnen worden gecontroleerd op gebreken. Hiervoor gelden de volgende richtlijnen:
- Kettingwerk dat aan een zeer ruwe behandeling of aan een voor het materiaal hoge temperatuur wordt blootgesteld, tenminste 1 x per jaar. Dit geldt bijvoorbeeld bij het laden
en lossen van staal of bij gebruik in de nabijheid van ovens.
- Kettingwerk, veel en intensief gebruikt in industrie of bij stuwadoorswerkzaamheden: tenminste 1 x per 2 jaar.
- Kettingwerk dat niet onder bovengenoemde categorieën valt, tenminste 1 x per 4 jaar.
Na de bovengenoemde gebruiksperioden moet het kettingwerk worden onderworpen aan de voorgeschreven proeflast.

Certificeren:
Door de fabrikant of leverancier dient voor elk geleverd kettingwerk een volledig ingevuld certificaat te worden meegeleverd, dat in overeenstemming is met de eisen die hiervoor gesteld door de bevoegde autoriteit zijn gesteld. Op het certificaat dienen, naast de in het kettingwerk aangebracht merken, gegevens te zijn vermeld over de periodieke beproevingen en controles, het verrichte herstel en veranderingen.
De certificaten moeten op een daarvoor bestemde plaats op overzichtelijke wijze worden bewaard en op verlangen door de bevoegde autoriteit kunnen worden getoond. Tevens dient het certificaat met het kettingwerk te worden meegezonden, wanneer dit voor periodieke controle of reparatie wordt aangeboden voor keuring

Contact

Vestigingen

Amsterdam +31(0)20 5811811
Dongen +31(0)162 383800
Groningen +31(0)50 3183031
Hengelo +31(0)74 2503504
Schiedam +31(0)10 4373033
Terneuzen +31(0)115 618040
België +32(0)3 253 23 23

Bekijk adresgegevens

Certificeringen

VCA logoEKH logo   BVQI logo