De Mercator opnieuw opgetuigd
In de winter 2008 – 2009 vernieuwde de tuigploeg van Mennens Amsterdam de tuigage van het Belgisch voormalige opleidingsschip “de Mercator”.

Belgische opleidingschepen De Mercator is in 1931 gebouwd doorscheepswerf “Ramage and Ferguson” te Leith Schotland voor rekening van de Belgische staat en meet 779 Ton. De tuigage was bijzonder, namelijk die van barkentijn; een tuigage die veel gebruikt werd door de toenmalige grote vissers-schepen. Aan haar fokkemast draagt zij vier ra’s en aan de grootmast en de bezaanmast gaffelzeilen en gaffeltopzeilen en stagzeilen tussen de grootmast en de fokkemast; in totaal 1600 vierkante meter. De Mercator is uitgerust met een dieselmotor en voor die tijd moderne communicatie apparatuur.
Toen de Mercator zo’n dertig jaar oud was stond men voor de keuze: ofwel het schip uit de vaart nemen ofwel aan een grondige kostbare renovatie beginnen. Wat hierbij ook een rol speelde is dat in 1957 het bekende Duitse opleidingsschip “Pamir” verging met slechts drie overlevenden. Deze gebeurtenis was een drama van wereldformaat en temperde het enthousiasme om jonge cadetten naar zee te sturen op een windjammer, in een tijd van stoom- en motorschepen. In België besloot men dan ook de Mercator uit de vaart te nemen een geen vervangend schip meer te bouwen. Slopen of haar naar het buitenland verkopen wilde men ook niet vanwege de grote emotionele waarde van het schip. Er werd daarom besloten haar als museumschip te behouden. Zo ligt zij sinds 1960 stil aan een vaste ligplaats.
In 1996 kreeg de Mercator de aparte status van “Monument, liggend in Oostende”. Wel een bijzonder monument, omdat zij toestemming heeft voor perioden niet langer dan drie maanden haar ligplaats te verlaten en deel te nemen aan maritieme manifestaties. Haar machinepark wordt daarom nog steeds onderhouden door ouwe getrouwe vrijwilligers en is nog steeds in functionele toestand. Ook de tuigage van de Mercator is compleet en gereed om te zeilen. Alle lopend want is aangeslagen of aan boord en de zeilen liggen gereed in de zeilkooi. Sinds zij stilliggend museumschip is, heeft de Mercator vele duizenden bezoekers getrokken. Zij is een soort “landmark” voor Oostende geworden en trekt naar men zegt rond de 120.000 bezoekers per jaar waaronder veel jongeren. Zij vervult op deze wijze dus nog steeds een belangrijke rol.
Beheer en behoud Het eerste contact tussen Mennens en de Mercator stamt uit 2004. Ontwerpbureau Cadhead werd in dat jaar gevraagd een evaluatie van de staat van de tuigage van het schip te maken. Men wilde een inschatting maken van wat het zou kosten om het schip weer operationeel en zeilend te maken. Cadhead wende zich op haar beurt weer tot Mennens voor respectievelijk een expertise van het staande want en een keuring van rondhouten en lopend want. De hoofdconclusie was dat de tuigage en met name de rondhouten zich in dermate slechte staat bevonden, dat een geheel overhalen van de complete tuigage noodzakelijk was. In 2007 werd een officiële aanbesteding uitgebracht door dienst DAB vloot voor het overhalen van de tuigage.
De werfDe openbare aanbesteding werd opgemerkt door de Oostendse werf IdP (Industrie de Pecherie). Oorspronkelijk bestond deze werf van het bouwen en onderhouden van vissers schepen uit de Oostendse vloot, tegenwoordig krimpt deze vloot steeds verder in en wordt op alle fronten naar werk gezocht en gevonden. Er wordt veel technisch onderhoud gedaan aan de Ferries die opereren vanuit Oostende, maar men doet ook reparaties aan de kade of op de schepenlift waarover de werf beschikt en er wordt nieuwbouw gedaan. De Werf heeft naast de schepenlift tot 40 meter, een ijzerwerkerij, pijpfitters werkplaats en een draaierij waar vrijwel alle voorkomende werkzaamheden kunnen worden verricht. Daarnaast beschikt de werf over een eigen mobiele kraan van 50 Ton en een aantal ouwe getrouwe en zeer geroutineerde vakmensen.
IdP en MennensDe werf IdP zag het overhalen van de Mercator als een prestigieus project dat ze graag zou willen uitvoeren. Maar men was zich ook bewust dat de nodige expertise op het gebied van dergelijke tuigages ingehuurd zou moeten worden. Daarop werd contact met Mennens gelegd. Na enige bijeenkomsten was men het eens en werd een offerte uitgebracht die uiteindelijk gehonoreerd werd.
Het aftuigenMet het aftuigen en in kaart brengen van de originele tuigage werd begonnen op 20 oktober door een kleine ploeg van 3-4 man. Op 13 november lag als laatste rondhout de boegspriet op de kade en was het schip compleet afgetuigd. Dat de rondhouten aan groot onderhoud toe waren bleek wel doordat onder andere de rakken van de fokkera en de ondermarsra niet meer te demonteren waren en moesten worden los gebrand. In tegenstelling tot de meeste masten uit deze periode zijn de ondermasten van de Mercator geheel gelast.
De lastechniek stond in de jaren dertig van de vorige eeuw nog in de kinderschoenen, met als gevolg dat 14 millimeter dikke platen waaruit de mast bestaat, maar voor de helft waren doorgelast, tot op een diepte van gemiddeld 7-8 mm. Het gevolg was een groot aantal vermoeiing scheurtjes in het materiaal.
Onderhoud aan mastenIn verband met de vermoeiing van het materiaal nam men dan ook geen enkel risico meer met de masten en rondhouten en alles werd uitgebreid door de RTD (Röntgen Technische Dienst) onderzocht. Alle lasnaden werden gefotografeerd en indien onder de norm, gerepareerd. Het marsplatform en de bram zaling van de fokkemast werden in zijn geheel vernieuwd. Aan de boegspriet werd een hele plaat vernieuwd en op een aantal plaatsen in de ra’s eveneens. Ook een van de gaffels moest in zijn geheel vervangen worden. Alle stalen onderdelen werden gestraald en opnieuw gespoten. Veel losse stalen onderdelen als spanschroeven, schijven en dergelijke werden chemisch gereinigd, om schade door stralen te voorkomen. In het algemeen had men het grote aantal onderdelen dat uit de tuigage kwam onderschat, waardoor een ophoping ontstond rond het reinigen en opnieuw behandelen van deze onderdelen. Het was dan ook niet eerder dan 19 januari 2009 dat de tuigploeg aantrad om te beginnen met het weer optuigen van de Mercator.
OptuigenOp 21 januari arriveerde de kale fokkemast op de werf. Na assemblage werd deze op 5 februari samen met de marssteng in het schip geplaatst. Nu kon de tuigploeg met negen man aan de gang om de door één helft van de ploeg gereedgemaakte wanten en stagen op te brengen. Besloten was de onderste eindverbindingen bestaande uit een massieve kous, vier staaldraad bindsels en bronzen dop ter plaatse te maken om een zo mooi mogelijk resultaat te bereiken. In totaal werden zo een kleine 300 dubbele staaldraad bindsels gezet in het relatief eenvoudige staande want van 74 draden. Ook werd het klimwant aangemaakt, bestaand uit 232 stangen en 298 weeflijnen en 18 dwarspaarden. Ra’s werden voorzien van deels vernieuwd lopend want aangebracht.
Uiteindelijk werd op 7 april het laatste vlaggenlijntje ingeschoren en werd het schip informeel overgedragen aan de bootsman Philippe Vanthournhout die daarmee weer een zeewaardige en goed werkende tuigage kreeg aangeboden.

Ondanks de vertragingen bij het optuigen, kon terug gekeken worden op een mooie job op een fijne werf met prettige Vlaamse collega’s.
Inmiddels ligt de Mercator weer in volle glorie op haar stek tegenover het Station in Oostende te pronken en heeft zij haar eerste zomerseizoen al weer bijna achter de rug. Weer een wapenfeit voor Mennens dat nu serieus naam begint op te bouwen in de wereld van de dwarsgetuigde schepen.